My Way – Nina Simone

De honderdste blog vandaag. Voor mij het behaalde aantal om ze allemaal naar de uitgever te sturen en het traject voor de bundel te starten.

In 2014 begon ik met het zogeheten 365-dagenproject. Elke dag schreef ik een anekdote en nadat ik dat zo’n anderhalf jaar had volgehouden, verzandde het. Tot eind 2020: ik zag twee veelbetekenende filmpjes.

Het eerste filmpje ging over een vrouw, voorheen een ballerina, lijdend aan Alzheimer. Toen ze haar muziek lieten horen waarop ze ooit gedanst had, zag je een glimlach verschijnen. Ze begon, zittend vanuit haar rolstoel, sierlijke bewegingen met haar armen te maken. Prachtig om te zien.

Even later zag ik het filmpje van een Afrikaanse vrouw die bij haar zoon in de auto stapte. Hij zette muziek op en ook zij werd vrolijk, bewoog mee en ging helemaal uit haar dak. Ik zag hoe de muziek ook haar lichaam binnenstroomde.

En toen wist ik genoeg, ik ging weer blogjes schrijven. Het was té mooi om te zien wat muziek allemaal met een mens doet. Dit, in combinatie met mijn schrijverspassie, is waarmee ik bezig wil zijn.

Ik begin met een bundel, website en podcast, en er gaat vast nog wel iets uit rollen.

En, most of all, I did it my way.

Tir Na Nog – Van Morrison

Oef, wat is dit toch mooi.

Van-the-man Morrison, afkomstig uit Noord-Ierland, bezingt in dit nummer Tir Na Nog: een paradijselijke plek in de Iers-Keltische mythologie wat zoveel betekent als Land van de jeugd.

De jeugd? De hele cd (No guru, no method, no teacher – echt aanrader) grijs gedraaid, vooral op mijn kamertje in het ‘Foyer des jeunes travailleurs’ in Pontoise, een voorstad van Parijs, halverwege ’90. Ik liep er stage. De portable cassetterecorder en de tig cassettes móesten en zouden met me mee.

Ik had de mazzel dat een paar jaargenoten/vriendinnen tegelijk met mij daar stage liepen. Eén van hen beschikte over het appartement van haar ouders in het 11e arrondissement, vlak bij de Bastille. Super om in het weekend van daaruit allerlei dingen in de stad te doen.

Een keer werd ik, terwijl ik over de stoep liep, bijna overhoop gefietst. Wóedend was ik, en wilde ‘het is hier geen fietspad!’ roepen, maar mijn Frans was nog niet zo goed. Van mijn vriendin geleerd dat het ‘piste cyclable’ was.  Vergeet ik natuurlijk nóóit meer!

BeantwoordenDoorsturen

Ruler of my heart – Willy Deville

Dit nummer staat op een album dat Willy Deville, leadzanger van Mink Deville, op eigen naam uitbracht nadat zijn band was opgeheven. De band werd voornamelijk bekend door Spanish Stroll en Each word’s a beat of my heart. Ik denk vooral door zíjn stem en muziekkwaliteiten.

Dit nummer is misschien niet zo bekend, maar toch erg mooi. Het mooiste van het album Victory Mixture vind ik, dat ik voor mijn 25e verjaardag kreeg. Die verjaardag vierde ik eens buitenshuis.

Het beeld van het Mexicaans eetcafé in Sittard doemt bij me op, ik sta naast de bar tussen al mijn gasten. Bij het eetcafé had ik een bijbaan naast mijn vertalersstudie in Maastricht. Ik kreeg de cd van een paar jaargenoten: ik zie ze nog zó voor me, maar hun namen ben ik vergeten. Jarenlang heeft er potdorie een briefje bij die cd gezeten, maar dat is helaas verdwenen. Opeens herinner ik me dat het een afgescheurd stukje papier van een geschenkbon was. Waarop je schrijft van wie je de bon kreeg en wat je ervoor kocht.

In dit geval was ik zelf de ruler of my heart 😊

Cecilia – Simon and Garfunkel

Klassiekertje. Het is vooral een nummer van de familie Richter, mijn vaders kant dus. Vraag aan een willekeurig familielid naar het populairste nummer van de Rubensstraat in Amersfoort, waar opa en oma met hun zeven kinderen woonden, en je krijgt dit antwoord.

De familiebijeenkomsten daar: mijn vader, moeder, broer en ik helemaal vanuit Limburg, best een afstand toen, all the way naar Amersfoort. Dat was altijd feest: opa, oma en alle ooms en tantes zaten te borrelen in de woonkamer, terwijl wij, de kleinkinderen, op zolder elke keer weer op ontdekkingstocht gingen. De geur kan ik me nog zo voor de geest halen: beetje muffig, er lagen oude tapijten op de vloer, maar herkenbaar uit duizenden. Het huis was een jaren ‘30 tussenwoning, met een mooie houten voordeur met ronde bovenkant, een uitgebouwde erker, een dakkapel, prachtige paneeldeuren, houten kozijnen, ik vond het enorm sfeervol.

Met de houten trap kwam je midden op zolder uit. Er waren ook twee aparte slaapkamertjes; één ervan was altijd hermetisch op slot. Reuze-intrigerend voor kinderen natuurlijk. Maar we mochten er nooit in. Sterker nog, soms kwam opa wel eens boven, en viel tegen ons uit als we bijvoorbeeld achter de gordijnen hadden gekeken. Eén wand was helemaal afgesloten met blauw-witte gordijnen, waar eigenlijk alleen maar kledingstukken hingen die als stalen dienden voor zijn werk in de confectie.

Wat hij nou in godshemelsnaam in dat kamertje deed? Geen idee, waarschijnlijk was het een soort man’s cave, een plek alleen voor hemzelf. Dat herken ik wel een beetje, het is iets wat bij de familie Richter hoort. Misschien luisterde opa wel in alle rust, zonder gestoord te worden, naar muziek. Naar Simon and Garfunkel bijvoorbeeld…

No time to play – Guru featuring Ronny Jordan and D.C. Lee

Wanneer ik dit nummer hoor, word ik acuut vrolijk. Het is zulke heerlijke muziek, alle nummers op de cd zijn geweldig. Luister maar, haha. Het doet me denken aan Maastricht, waar ik begin jaren ’90 studeerde. Mijn vriendin-onderbuurvrouw introduceerde de cd.

Ook introduceerde zij mij en nog een vriendin bij haar huurbaas: de heer Bauduin. Hij bezat verschillende panden in het centrum van Maastricht. Beetje erudiete man, middelgroot, dikkig en wittig, dun haar. My God, ik zie me nog zó bij hem op kantoor zitten, hij praatte een beetje geaffecteerd in zijn ruiten colbert. Maar het was maar een formaliteit: binnen no time waren mijn vriendin en ik de trotse huurders van twee kamers op de tweede verdieping van Looiersgracht 1c, een wereldplek. Gezegd wordt dat het in de mooiste buurt van Maastricht ligt, roerend mee eens. Achter het Vrijthof, vlak bij het Onze Lieve Vrouweplein, wat wil je als student nog meer.

Tegenover het huis keek je uit op de Jeker, de rivier die in België ontsprong en in Maastricht in de Maas vloeide. Daarvóór stond een bronzen beeld van een ezeltje. Favoriet bij de toeristen die erop gingen zitten en een foto namen. Deden wij ook één keer, midden in de nacht, bij thuiskomst van een feest.

Wat nou, no time to play?

Bella Ciao – Manu Pilas

De originele muziek van de Netflix-serie Casa de Papel (letterlijk Het huis van papier), over de overval op de Bank van Spanje. Niet zomaar een overval, de kapers houden het hele personeel bijna twee weken gevangen. Onderwijl drukken ze bankbiljetten en willen ze met 2,4 miljard euro het gebouw uiteindelijk verlaten. De serie is een aanrader.

El ProfesorSergio, het brein achter de hele operatie, stuurt alle kapers (een stuk of tien twintigers die hun rijkdom en vrijheid al voor zich zien) aan, terwijl de onderhandelingen met de politie ook aan bod komen. Er speelt zelfs een liefdesverhaal tussen Sergio en de vrouwelijke hoofdcommissaris.

Sergio en de kapers bereiden de hele operatie minutieus voor op een afgelegen, verlaten landhuis. Beelden daarvan komen in flashback voor. Daar zie je dat dit nummer speelt, over een partizaan die voor vrijheid strijdt wat hem het leven kost.

Maar mij doet het aan mijn eigen vrijheid denken: we zaten met z’n allen in de auto op weg naar onze vakantiebestemming en reden werkelijk nét de grens over tussen Oostenrijk en Italië. Het beeld staat helder op mijn netvlies. Bart achter het stuur, onze middelste zoon op de bijrijdersstoel, de jongste en ik achterin (de oudste kwam later). Dit nummer klonk keihard door de boxen, en wij zongen luidkeels mee, de autosnelweg slingerde tussen de immense bergen en de zon door…

Een voorbode voor een geweldige vakantie.

The bare necessities (from the Jungle Book)

De beren van Walt Disney zijn om op te eten, zoals deze in Jungle Book. Je beste vriend! Dan heb je er nog één, niet de minste: Winnie the Pooh. Hij is de allerliefste beer die er bestaat, ik zou niet anders durven beweren. Maar ik heb een andere ervaring met de diersoort.

1998, op huwelijksreis naar Newfoundland, de meest oostelijke provincie van Canada.  De eerste week logeerden we bij een goede vriend in St. John’s. Daarna huurden we een auto en gingen we op pad, het eiland verkennen. Althans, voor mij was het helemaal nieuw, mijn (kersverse) echtgenoot woonde er een aantal jaren dus hij liet me alle mooie plekken zien. Overnachten deden we in hotelletjes, bed & breakfasts of onze eigen tent. Soms kampeerden we zelfs in het wild. Dat laatste had hij vaker gedaan in de tijd dat hij er woonde. Ik voelde me superveilig met zo’n ervaringsdeskundige.

Overdag tijdens onze hike liepen we in een natuurgebied waar ook beren leefden. Geen grizzly, maar de zwarte; iets kleiner, maar ik hoefde hem toch liever niet tegen te komen. ‘Als je lawaai maakt tijdens het lopen, hou je de beren op afstand,’ wist hij me te garanderen. Mocht hij je toch in de gaten krijgen, moest je vooral niet gaan wegrennen, maar voor dood spelen. Ik vond het rete-spannend en eigenlijk maar helemaal niks. Ik zong de hele weg Ik heb een potje met vet en bewoog continu het belletje in mijn hand.

Dat hielp. Geen beer gezien, godzijdank. We vonden een mooi plekje om de tent op te zetten: een steiger aan een stil watertje. ’s Ochtends werden we wakker van een geluid. We hoorden gesnuif en geplof op de houten planken. Nee!! Ik scheet zeven kleuren stront. De eerste keer dat ik ga wildkamperen goddomme en dan is het al raak dacht ik. Bart wilde de tent uit. Ik probeerde hem er nog van te overtuigen het niet te doen ‘dan gaat hij misschien weer weg’. Maar ik wist ook wel dat dat tegen beter weten in was. Een beer kan je namelijk ook ruiken. Desondanks bleef hij bij me.

Het plofgeluid werd zachter en we hoorden een plons. Jeej, hij heeft een duik genomen. Bart durfde nu de tent wel uit en zag wat er aan de hand was. We hadden gezelschap gekregen van niemand minder dan de Familie Otter. Pfiew, opluchting alom.

Tijdens de rest van ons verblijf in Canada kwamen we ook geen beer tegen. Beter. Prachtig land hoor, maar brrrrrr, ik kijk liever animatiefilms.

Le printemps – Michel Fugain

Eind jaren ’70, ik was een jaar of tien en zo blij dat het blote-benen-seizoen eindelijk weer was aangebroken.

’s Ochtends op school merkte ik dat ik veel te warme kleren aan had. Tussen de middag at ik thuis een boterhammetje; kon ik me gelijk verkleden.

Ik stond voor mijn klerenkast en haalde mijn zomeroutfits tevoorschijn. Dat rode suède rokje paste best nog wel. Of zal ik toch die jurk met verschillende stukjes stof aantrekken? Of mijn groene jurk? Nee, die is toch nog te warm. Moeilijk, moeilijk.

Het werd de jurk met de verschillende soorten stukjes stof, maar het belangrijkste: met blote benen! Blij als ik was denderde ik de trap af, de lente tegemoet. Ik was nog niet beneden of ik werd door mijn moeder teruggestuurd. ‘Ben jij gek, zó warm is het nog niet! Trek iets anders aan.’ Onder een hoop gesputter trok ik weer sokken, een broek en een truitje aan, andere kleren dan van die ochtend. Die gooide ik in de was, expres. Hoe kon ze mijn enthousiasme tenietdoen?

Dit jaar kan het me ook niet snel genoeg gaan, maar met blote benen wacht ik toch nog maar even…

Pannenkoekenlied – Cowboy Billie Boem

Vandaag, vrijdag 19 maart 2021, is het voor de veertiende keer op rij Nationale Pannenkoekdag. Dat je het weet. Een initiatief van Koopmans en Tefal: basisschoolleerlingen bakken pannenkoeken voor ouderen in de buurt. Maar ik niet, ik doe het alleen voor mijn gezin; het brengt me op een idee voor het avondeten. Mijn jongste zoon, de lekkere-dingen-eter, zal er vooral blij mee zijn. Feest!

Doet me denken aan de 75-jarige verjaardag van mijn vader. Hij wilde het vieren door met zijn kinderen en kleinkinderen in een heus pannenkoekenrestaurant te gaan eten en had ook al bedacht waar dat moest zijn. Die dingen heb je natuurlijk door heel Nederland, maar het moest het Pannekoekenhuys den Potsenmaeker in zijn geboortestad Amersfoort worden. Vanaf de plek waar we de auto parkeerden, gingen we te voet verder. We liepen de binnenstad in, langs de fraaie stadsmuur en de vele grachten. Door opa’s noodzakelijke rustpauzes stonden we bij mooie plekjes stil, zoals bijvoorbeeld de Onze Lieve Vrouwetoren, bijnaam Lange Jan. Het is de nummer drie van hoogste kerktorens in Nederland.

We kwamen bij het restaurant. De hakjes van mijn pumps maakten nogal lawaai op de eiken vloer. Gelukkig konden we vrij snel aan de gereserveerde tafel gaan zitten. Je kreeg wel een beetje een houten kont van de stoelen, maar ach, can’t have it all. Omdat de keuken open was, had je zicht op de bakkende koks. De baklucht verspreidde zich daardoor natuurlijk ook automatisch, hmmmm. De kleine ramen lieten weinig licht naar binnen, maar de sfeervolle lampjes boven de tafels en aan de rode muren compenseerden dat ruimschoots. Al met al voelde je een warme ambiance. En de pannenkoeken waren niet te versmaden! Van boerenjongens tot gerookt spek tot heel eenvoudig naturel met poedersuiker.

Dat niveau haal ik never nooit niet. Maar met een pannenkoekenmix, kaas, spek, appels, stroop, jam, poedersuiker en een goeie koekenpan kom ik toch wel een heel eind!

El Salvador Music and Images

O

Oxfam-Novib Den Haag 1997. De printer in het kantoor spuugt een lijst met niet-gouvernementele organisaties in El Salvador uit; ze zijn te laat met het opsturen van hun rapportages, als verantwoording voor de steun die ze ontvangen. Met die lijst ga ik aan de slag om ze eraan te herinneren alsnog te rapporteren (en ja, ik was ook projectsecretaris voor Bureau Zuidelijk Afrika, waarover ik op 9 februari 2021 schreef).

Vandaag werd bekend dat Justitie in El Salvador de zaak van de moord op vier Nederlandse journalisten na 39 jaar alsnog voor de rechter brengt. Dat werd tijd. Voor de IKON deden ze verslag van de burgeroorlog (1980-1992) en namen hun taak serieuzer dan goed voor ze was. Ze durfden zich zelfs in guerilla-gebied te begeven, wat hen dus het leven kostte. Risico van het vak heet het dan.

Hopelijk komt er gerechtigheid. De vermoedelijke opdrachtgever voor de moord woont in de Verenigde Staten. Joost mag weten wat het motief was.

Het is zo’n enorm contrast met de luchtige cumbia waar je vrolijk op los danst. Of is die muzikale uiting juist hun kracht om in ellendige situaties door te gaan?